U verdient meer dan 80.000 euro per
jaar, koopt om de twee jaar een nieuwe auto, maar bent de 50 gepasseerd?
Sorry, dan bent u niet interessant voor adverteerders. Want u houdt
koppig vast aan merken die u al decennialang gebruikt. Bovendien zijn uw
kinderen waarschijnlijk al de deur uit, dus gebruikt u te weinig
toiletpapier, wasmiddelen en blikken soep om nog de moeite waard te zijn
voor de Unilevers en Procter & Gambles van deze wereld.
Het klinkt zwart-wit, maar
dat is ongeveer hoe de reclamewereld tegen vijftigplussers aankijkt.
Voor marketeers en planners van media-adviesbureaus, de bureaus die voor
adverteerders reclameruimte inkopen, bestaan mensen van boven de 50 jaar
nauwelijks. Dat heeft weer grote gevolgen voor media die voor hun
inkomen afhankelijk zijn van advertentie-euro’s, zoals de commerciële
tv- en radiozenders: voor hen is 50 jaar de bovengrens. Ze richten hun
programmering massaal op de leeftijdsdoelgroep van 20 tot 49 jaar. Die
houding lijkt echter langzaam te veranderen.
Steeds luider klinkt het op seminars en
in de vakpers dat je wel gek zou zijn om vijftigplussers links te laten
liggen: hun aantal is groeiende en ze hebben geld. Het aantal
gespecialiseerde reclamebureaus groeit, cosmeticamerk Dove laat oudere
modellen poseren, en bladengigant Sanoma, die ouderenbladen als Midi,
Zin en Felderhof uitgeeft, heeft vorig jaar een ‘50+ Expertisecentrum’
opgericht. “80 Procent van het vermogen is in handen van
vijftigplussers. 53 Procent van de nieuwe auto’s wordt door deze
doelgroep gekocht”, zegt Renske van Kooij van het Expertisecentrum.
Vroeger was het getalsmatig
goed te begrijpen dat adverteerders zich op de jeugd richten, nu niet
meer, zegt Edgar Keehnen, mede-oprichter van doelgroepenbureau Booming
Experience, dat adverteerders adviseert over mature consumer. “De vorige
eeuw was de eeuw van de jeugd, dit is de eeuw van de ouderen.” Ook het
verhaal dat ouderen merkentrouw zouden zijn – eens Douwe Egberts, altijd
Douwe Egberts – en niet meer zijn over te halen om een ander product te
gebruiken, is volgens hem achterhaald. “Het verschil met jongeren is
marginaal, zo blijkt uit onderzoek.” Van Kooij van het Expertisecentrum:
“Vroeger was vijftigplus oud, tegenwoordig blijven mensen veel langer
jong.”
Desondanks zien de meeste
adverteerders ouderen nog steeds niet zitten. Het was een van de
problemen waar media-ondernemer Harry de Winter tegenaan liep toen hij
de commerciële kwaliteitszender TV Oase probeerde op te zetten. Gouwe
ouwe-zender Radio 10 Gold had nooit te klagen over de luistercijfers,
zelfs niet nadat het station zijn FM-frequentie kwijtraakte en alleen
nog via de kabel te horen was. Maar in de ogen van de adverteerders zijn
de Radio 10 Gold-fans te oud, en daarom laten ze het afweten. Hierdoor
moesten in maart dit jaar vijf dj’s en weerman Jan Visser worden
wegbezuinigd.
Vaak wordt met een
beschuldigende vinger naar media-adviesbureaus gewezen. Daar werken
overwegend twintigers en dertigers die niet zoveel hebben met de grijze
consument. “Ze denken bij vijftigplussers al snel: dat zijn opa’s en
oma’s. Totdat ze zich realiseren dat het om hun eigen ouders gaat. En
die zijn nog heel actief”, aldus Van Kooij.
Ruud de Langen, strateeg
bij mediabureau MindShare, vindt de beschuldiging onzin. “Het is een
gevolg van wat klanten ons opdragen. Zolang de fabrikanten niet met
producten komen die op deze doelgroep zijn gericht, blijft het zo. Je
ziet wel een verschuiving. Neem Unilever, dat met Dove Pro-Age op de
markt is gekomen. Het begint bij de adverteerder.”
De aloude wijsheid uit de
tv-reclame, dat je vijftigplussers ‘er gratis bijkrijgt’, mag onderhand
op de helling. De cijfers leren nog steeds dat ouderen niet afhaken, ook
al richten stations zich op de leeftijdsgroep 20 tot 49 jaar. Maar of de
commerciële boodschappen dan ook aankomen bij die doelgroep? Vaak niet,
is de overtuiging van Gertjan Hafkamp, directeur strategie van
reclamebureau Publicis. Hij schreef samen met Ron Meijer het boek Babybooming Business.
“Babyboomers vinden commercials vaak puberale flauwekul en te
schreeuwerig”, zegt hij. Zijn advies: “Leeftijdsneutrale communicatie.
Iets meer rust en iets meer esthetiek.”