Geeft kleur aan grijs
 














Hobbels voor ‘grijs’ op de arbeidsmarkt

De regering wil dat mensen langer doorwerken. Zij heeft die wens geformuleerd in ‘Stimuleren langer werken voor ouderen’, dat beleid formuleert voor de periode 2004 – 2007. In juni verscheen hiervan de derde en laatste voortgangsreportage.
Bedoeling van dit beleid is om een dreigend werknemerstekort door vergrijzing van de samenleving te voorkomen en hiermee de druk op de verzorgingsstaat te verlichten. Want momenteel is één op de zeven inwoners van Nederland ouder dan 65 jaar, maar in 2038 zal dat er één op de vijf zijn. En nu staan tegenover elke gepensioneerde 65-plusser vier werkende personen maar in het meest ongunstige scenario is die verhouding in 2038 1 op 1. Duidelijk is dat met 61 jaar stoppen met werken, nu nog het gemiddelde, een luxe is die Nederland zich niet meer kan veroorloven.

STAND VAN ZAKEN
Hoe staat het momenteel met de arbeidsparticipatie van 55-plussers? Binnen vijf jaar zal één op de drie werknemers ouder dan 55 jaar zijn. Steeds meer ouderen tussen de 55 en 65 jaar werken: 41,7% in 2006 tegen 39,7% in 2005. Bij vrouwen blijkt de stijging het hoogst. Het aantal werkende vrouwen tussen de 55 en 59 is de laatste 10 jaar namelijk haast verdubbeld.
Desalniettemin werkt van de 55-plussers slechts 40% en tussen de 60 en 65 nog slechts eenvijfde.
De werkloosheid onder ouderen is met 5,1% hoger dan het gemiddelde in Nederland van 4,7%. Het is een zaak die zowel werkgevers als reïntegratiebedrijven, gemeenten en uitvoeringsinstellingen moeten aanpakken. Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ahmed Aboutaleb maakt zich hier als initiator van het actieteam Talent 45+ sterk voor. Dit team zal eind dit jaar de werkzaamheden van het dan op te heffen GrijsWerkt overnemen. GrijsWerkt is een regiegroep die leeftijdsbewust beleid op de werkvloer wil bevorderen. Het werkt hiervoor samen met werkgevers, brancheverenigingen en andere intermediaire organisaties.

VERWEND
Om iedereen langer aan het werk te houden, moet allereerst bij werknemers zelf de knop om. “Wie het normaal vindt om rond z’n 57e het arbeidsproces te verlaten, gaat niet op z’n 55e nog een computercursus doen. Laat staan dat de werkgever nog een computercursus aanbiedt.” Aldus Ed Nijpels, voorzitter van GrijsWerkt. Het Zwitserlevengevoel zit diep in de hoofden van ouderen. En dat kan een beleidsnota niet in drie jaar bij mensen wegnemen. Oudere werknemers zijn ook jarenlang in cao’s te veel verwend met zaken als seniorenverlof en extra leeftijdgebonden vrije dagen. Jolande Sap, directeur van het expertisecentrum Leeftijd, vindt dat cao’s stimuleringsmaatregelen voor ouderen moeten opnemen in plaats van maatregelen die hen ontzien. Hierbij valt te denken aan loopbaanbegeleiding, scholing en aanpassing van arbeidstijden. Vakcentrale CNV onderschrijft deze wens, maar is van mening dat zoiets op persoonlijk niveau geregeld moet worden, als onderdeel van een loopbaanplan. En de seniorenextra’s in cao’s ziet de bond graag geleidelijk afgebouwd.

TE DUUR
Ook werkgevers lopen nog niet warm voor een grotere arbeidsparticipatie van ouderen. Oudere werknemers zijn te duur, vinden zij. Ouderen zitten doorgaans bovenin de salarisschaal en genieten allerlei extra’s.
Een andere kijk op het verloop van een carrière, met bijvoorbeeld mogelijkheden voor demotie – het omgekeerde van promotie - moet bespreekbaar worden. Er zijn nog meer mogelijkheden om loonkosten anders dan leeftijdgebonden samen te stellen. De Rabobank pleit bijvoorbeeld in het rapport Visie op 2007 voor een salariëring die gebaseerd is op productiviteit in plaats van leeftijd.
Uit een CAO-onderzoek van vorig jaar komt naar voren dat er wel wat aan het veranderen is. Werkgevers en werknemers maken steeds meer afspraken om werknemers langer in dienst te houden. Bovendien moet niet vergeten worden dat jonge carrièrejagers die na niet te lange tijd een bedrijf verlaten ook dure krachten zijn. Er is veel in hen geïnvesteerd, qua opleiding en bijvoorbeeld kinderopvangkosten.
Geld is niet het enige probleem; bij werkgevers heersen ook veel vooroordelen over oudere werkkrachten.

VOOROORDELEN
Bij werkgevers heerst de gedachte dat de arbeidsproductiviteit afneemt met de jaren, wat onderzoek van de Universiteit van Amsterdam inderdaad bevestigt. Maar de extra werkervaring van de betreffende werknemers zorgt juist voor een hogere productiviteit en die twee dingen heffen elkaar op.
Een ander vooroordeel over oudere werknemers is dat zij vaker ziek zijn. Onderzoek van TNO wijst uit dat dit niet klopt: jongeren zijn juist vaker ziek. Wel zijn ouderen áls ze zich ziek melden, voor een langere periode afwezig.
Ten slotte geldt de idee dat ouderen inflexibel zijn. Ze zitten vaak al tientallen jaren bij dezelfde werkgever en zoeken geen uitdagingen meer. Maar – zoals eerder vermeld - de werkgever daagt ze hier ook te weinig toe uit en sommige vacaturemedia zijn niet eens gratis beschikbaar voor mensen boven de 45 jaar.
Tegenover al deze – vermeende – nadelen stelt datzelfde TNO vast dat oudere werknemers beter scoren dan jongeren op zaken als inzicht, ervaring en sociale vaardigheden.

Samenstelling: Ans van Strien
Deze tekst is een compilatie van
Nrc-next 6/6/2007
www.regering.nl 2-7-2007
Trouw, de Verdieping 7-7-2007
 

 

TERUG