Babyboomers zijn
booming business
Babyboomers doen aankoopbeslissingen voor hun kinderen en ouders.
De naoorlogse generatie, de babyboomers, zijn nog veel belangrijker als
consument dan tot nu toe werd aangenomen.
Uit onderzoek in Amerika van The Nielsen Company en Age lessons onder
bijna 22.000 babyboomers (geboren tussen 1946 en 1964) blijkt dat zij
ook in belangrijke mate de boodschappen doen voor hun ouders en reeds
uit huis wonende volwassen kinderen.
Meer dan 22% van de babyboomers ondersteunen een ouder financieel, meer
dan 24% een volwassen uit huis wonend kind dat niet meer studeert. Van
hen besteedt bijna 40% meer dan 1000 dollar per jaar aan de ouder, en
56% van hen besteedt datzelfde bedrag aan een kind. Het grootste deel
van hun geld gaat op aan boodschappen en huisvesting; daarnaast ging de
steun naar medische zorg, kleding en auto-onkosten.
Mensen gaan op steeds latere leeftijd uit elkaar
HP/De Tijd geeft aan dat mensen gemiddeld steeds ouder zijn als het tot
een scheiding komt. De verwerking wordt hierdoor niet eenvoudiger en de
kans op geluk kleiner. Een vijftigplusser heeft meer last van een
scheiding dan iemand van dertig of veertig.
Vijftigers mogen nog pakweg dertig levensjaren in het vooruitzicht
hebben, ze zijn zeker niet de aantrekkelijkste bevolkingsgroep om nog
een nieuwe partner te vinden. Vooral voor vrouwen van boven de vijftig
geeft een scheiding vaak een grote kans op een eenzame oude dag.
Redenen om te scheiden op latere leeftijd zijn niet anders dan de
redenen om eerder uit elkaar te gaan. Ruzie, gebrek aan contact en
intimiteit, ontrouw, uit elkaar zijn gegroeid, zich ergeren aan de
partner en onverschilligheid ten opzichte van elkaar worden veelal
genoemd. Mensen die op jongere leeftijd scheiden, hebben meer
toekomstperspectief en meer kans om nog een andere partner tegen te
komen. Daarnaast neemt ook het onvermogen toe zich nog te voegen naar
een ander. Vrouwelijke vijftigplussers zijn niet meer bereid
huishoudster van een nieuwe man te worden, mannen hebben vaak een
grotere seksbehoefte dan waar de potentiële partner aan wil voldoen.
Als er al gescheiden moet worden, is het raadzaam dat zo snel mogelijk
te doen, wachten maakt het alleen maar erger.
Oud spendeert anders dan jong
Jonge huishoudens (tot 35 jaar) hebben een groot deel van hun uitgaven
besteed aan opleiding, ontspanning en verkeer in 2005. 65-plus
huishoudens hadden juist hoge woonlasten. De huishoudens met een
hoofdkostwinner van middelbare leeftijd (45-64 jaar) hadden in absolute
zin de hoogste bestedingen.
In 2005 kwamen de gemiddelde uitgaven van een huishouden uit op bijna 21
duizend euro. Huishoudens met een hoofdkostwinner van 45 tot 65 jaar
hebben de hoogste uitgaven. Zij hebben in 2005 gemiddeld 23 duizend euro
uitgegeven. De jongste huishoudens (tot 35 jaar) en de oudste
huishoudens (65-plus) hadden lagere uitgaven, te weten gemiddeld nog
geen 19 duizend euro en 18 duizend euro.
De bestedingspatronen van jonge en oude huishoudens lopen flink uiteen.
Jonge huishoudens gaven ruim een derde van de totale bestedingen uit aan
de woning en nog eens een derde aan scholing, ontspanning en verkeer.
65-plus huishoudens spendeerden tweemaal zoveel aan woonlasten (zoals
huur en onderhoud) als aan opleiding, ontspanning en verkeer.
Bron: CBS 27-08-2007
Welgestelde senior wordt vertrouwd gezicht
De na-oorlogse bevolking wist dat de volgende generatie het steevast
beter zou hebben. Dat kan heel goed veranderen. Want de reusachtige
groep ouderen van de komende 25 jaar zal rijker zijn dan hun kinderen.
Hoe ziet de oudere van morgen er uit: is het een welgestelde consument
die het er langduriger dan ooit van neemt, of een onfortuinlijke stakker
die zijn welverdiende rust slijt op de rand van de armoedegrens? Nu de
generatie van babyboomers op zijn pensioen afstevent wordt duidelijk dat
de toekomstige senioren als groep tot de meest bemiddelde ooit zullen
behoren. De groep is groot: het aantal mensen van 65 jaar en ouder
groeit tot 2030 met zeventig procent tot 4,2 miljoen. Volgens
berekeningen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
neemt hun koopkracht tussen nu en 2030 gemiddeld toe met een kwart.
Het aantal ouderen als percentage van alle huishoudens neemt toe van
15,6 procent nu tot 25,7 procent over een kwart eeuw. Met name in de
groep midden- en hogere inkomens is de groei van het aantal 65-plussers
heel groot.
Ouderen worden niet alleen rijker dan voorgaande generaties ouderen maar
ook rijker dan jongere generaties. De naoorlogse bevolking is opgegroeid
met de wetenschap dat de volgende generatie het steevast beter zou
hebben dan de vorige. Dat kan heel goed gaan veranderen.
De groeiende welstand van ouderen heeft verschillende oorzaken. De
eerste is statistisch: de oudste generaties, waarvan inkomen en vermogen
minder groot zijn, overlijden. Dat verhoogt het gemiddelde inkomen en
vermogen van alle ouderen. De generaties die instromen dragen bovendien
bij aan de verhoging van de gemiddelde welstand. Zij zullen hoger
opgeleid zijn, hadden daardoor een hoger loon, en hebben vaak langer
doorgewerkt. Bovendien is de arbeidsparticipatie onder vrouwen gestegen,
zodat zij vaker hun eigen pensioen hebben opgebouwd.
En dan is er nog het vermogen. Mensen hebben niet alleen vaak extra
gespaard, maar het woningbezit heeft die generatie geen windeieren
gelegd. De huizenprijzen zijn de afgelopen twintig jaar enorm gestegen,
zodat de eigen woning een spaarpot is die, naar keuze, te gelde kan
worden gemaakt.
Sterker: de keuze om destijds een huis te kopen, blijkt van groter
belang te zijn voor de oude dag dan een aanvullend pensioen dat iemand
eventueel heeft opgebouwd.
Daar staat een aantal ontwikkelingen tegenover. Pensioenregelingen zijn
versoberd, bijvoorbeeld door de overgang van het uitbetalen van het
pensioen op basis van het laatstverdiende (eind)loon, naar een regeling
op basis van het gemiddelde (middel)loon. Ouderen wonen straks nog vaker
alleen, en dat drukt het inkomen per huishouden.
Bovendien gaan de ouderen als groep zeker niet gelijk op. Wie een eigen
woning heeft, zit goed. Wie altijd een huis heeft gehuurd (ongeveer de
helft van de bevolking) loopt de vermogenswinst mis. Op dit moment heeft
16 procent van de ouderen een aanvullend pensioen van ten minste 20.000
euro per jaar (bovenop de AOW). In 2030 is dat percentage opgelopen tot
37. Dit betekent dat ook tegen die tijd een groot aantal ouderen een
klein aanvullend pensioentje heeft of uitsluitend AOW.
Dat heeft gevolgen voor de toekomstige inkomensverdeling. Als straks de
oudste generaties met de minste welstand wegvallen, zou verwacht kunnen
worden dat de inkomensverschillen binnen de groep van senioren minder
worden. Er verdwijnt immers een hele groep die het van oudsher minder
goed voor elkaar had?
Toch is dat is volgens berekeningen van SzW niet het geval. In 2030 is
de inkomensongelijkheid onder ouderen ongeveer even groot als nu. De
welgestelde senior zal een vertrouwd fenomeen worden. Maar de oudere die
tot de economische onderkant van de samenleving behoort, blijft een
vrijwel even gangbaar verschijnsel als nu.
De inkomens- en vermogensverwachtingen voor ouderen zijn politiek
explosief materiaal. Als zij het relatief steeds beter krijgen ten
opzichte van jongeren, hoe moet het dan met de gekoesterde 'solidariteit
tussen de generaties' waarbij de jongeren goeddeels zorg dragen voor de
AOW-uitkering van de ouderen? En als de inkomensverschillen tussen
ouderen stand houden, mag van hen dan niet wat meer onderlinge
solidariteit worden verwacht? Dat laatste is al enigszins aan de gang.
Hoe meer extra inkomen en vermogen ouderen hebben, hoe meer zij relatief
aan belasting gaan betalen. Maar grote beleidswijzigingen zullen lastig
zijn op dit gebied. De PvdA merkte vorig jaar in de aanloop naar de
verkiezingen hoe gevaarlijk het is om de AOW aan de orde te stellen.
Ouderen, zo concluderen economen, worden gemiddeld gesproken rijker ten
opzichte van jongere generaties. Het is volgens Sociale Zaken dan ook
onwaarschijnlijk dat ouderen ook in de toekomst zullen achterblijven bij
het nog werkende deel van Nederland. Niet alleen omdat Nederland een
traditie heeft op het gebied van een gelijkmatige inkomensontwikkeling.
Ook omdat ouderen, in de woorden van de ambtenaren, een steeds
belangrijker deel vormen van het electoraat.
Zestig uur vrije tijd
Mensen van boven de 65 jaar beschouwen zestig uur in de week als 'vrije
tijd', zo blijkt uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau
(SCP). Daarvan besteden ze:
-26 uur aan media - televisie kijken, radio luisteren, internetten en
lezen (krant, tijdschrift, boeken).
-17 uur aan 'sociaal verkeer' binnen en buiten het huis.
-drie uur aan vrijwilligerswerk.
-1,7 uur aan sporten, wandelen of fietsen.
-11 uur per week aan solitaire hobby's.
Van diezelfde groep zou volgens het SCP elf procent meer betaalde arbeid
willen verrichten en minder vrije tijd hebben. Bijna een kwart (23
procent) zou meer vrije tijd willen hebben en minder willen werken; de
rest is tevreden met zijn tijdsindeling.
65-plussers komen niet toe aan alles wat ze zouden willen. Ze zouden hun
tijd willen besteden aan:
Gebruiksvriendelijke webshop
In 2006 telde ons land volgens het CBS 2,4 miljoen ouderen en tegen
2038 zullen dat er 4,3 miljoen zijn. Toch zijn er verrassend weinig
speciaalzaken voor deze groep.
‘Of je hebt winkels die varen op het gezegde: ‘ouderdom komt met
gebreken’ waar de oudere in de zielige hulpmiddelensfeer wordt
neergezet, of je krijgt het beeld van de overvitale vijftigplusser die
zich zogenaamd dertig voelt.’
Aan het woord is Frank Schasfoort, directeur van Easer, een webshop voor
ouderen die sinds enkele weken in de lucht is.
Beide uitgangspunten zijn, zo meent Schasfoort, een karikatuur van de
werkelijkheid. Vooral uit interesse verdiepte Schasfoort (41) zich de
afgelopen jaren in het ouder worden. ‘Ik heb me de afgelopen jaren
gestoord aan de negatieve benadering. Webwinkels voor senioren richten
zich vooral op de fysieke problemen waarmee we inderdaad allemaal in
meer of mindere mate te maken krijgen. Mensen die de vijftig eenmaal
zijn gepasseerd hebben juist meer oog voor al het mooie dat het leven te
bieden heeft. Zij genieten van de kwaliteit van hun leven en maken
daarbij in toenemende mate gebruik van internet. De vijftigplusser van
nu is absoluut niet meer te vergelijken met die van vroeger.
Om de daad bij het woord te voegen, verruilde de Culemborger zijn baan
als consultant van een van de grootste accountancy firma’s in ons land
voor het ondernemerschap en startte de webshop Easer. ‘Wij willen met
Easer een webshop runnen waar senioren in alle soorten en maten terecht
kunnen. Of het nu om hulpmiddelen of lifestyleproducten gaat. Dat moet
niet uitmaken.’
Een kijkje op de website leert al gauw dat het productassortiment
inderdaad bijzonder gevarieerd is en niet per definitie alleen ouderen
zal aanspreken. Zo biedt Easer nostalgische radio’s aan van het Engelse
kwaliteitsmerk Bush die zich kenmerken door de strakke vormgeving uit de
jaren zestig van de vorige eeuw, maar liefhebbers van de tv-serie Floris
of het boek Afke’s Tiental kunnen er net zo goed terecht. Schasfoort:
‘Nostalgie doet het goed. In de eerste paar dagen waren die radio’s
zelfs niet aan te slepen., maar er is ook veel vraag naar onze
oorlogsdocumentaires.’
Maar Easer biedt uiteraard ook producten die wel specifiek op de
doelgroep zijn toegesneden, zoals toiletverhogers, Brain Training van
Nintendo of de telefoons met extra grote toetsen, waarbij zelfs de
mogelijkheid bestaat om deze toetsen te voorzien van foto’s. Een
ringleiding en lichtsignalen maakt de telefoon daarnaast zeer geschikt
voor dragers van een gehoorapparaat. Maar ook speelkaarten van het
formaat extra large. Je zult maar niet zien of je een aas of joker
vasthoudt.
Om een groot gebruiksgemak te garanderen, werkte Schasfoort de afgelopen
periode nauw samen met onderzoeksinstituut TNO. ‘Die heeft ons
geadviseerd bij het gebruiksvriendelijk maken van de webshop. Al zeg ik
het zelf, het resultaat mag er zijn. Easer beschikt over een geavanceerd
maar toegankelijk zoek-, bestel-, koop- en afrekensysteem. Zelfs voor
mensen die helemaal niet gewend zijn om spulletjes via internet te
kopen. Winkelen bij Easer is daardoor niet ingewikkelder dan
boodschappen doen bij Albert Heijn.’