Het afschaffen van de prepensioenregelingen is bij de 45-plussers heel slecht gevallen.
83% vindt het oneerlijk. Tweederde van de 45-plussers wil nog steeds voor het 65ste jaar
stoppen met werken. Dat blijkt uit een enquête van het maandblad Zin.
De overheid had af moeten blijven van prepensioenregelingen. En de overheid moet ook afblijven van 65 jaar
als pensioengerechtigde leeftijd. Dat vindt meer dan 80% van de 45-plussers. Dat de regering
een streep heeft gehaald door de prepensioenregelingen wordt massaal afgekeurd.
Liever iets anders
De overgrote meerderheid van de werkende 45-plussers wil nog altijd voor het 65ste jaar stoppen
met werken. Een kwart wil doorwerken tot 65 jaar en slechts 8% wil nog langer werken.
Maar liever doet tweederde van de 45-plussers in deze levensperiode iets heel anders. Zoals
vrijwilligerswerk, reizen maken, verhuizen naar het buitenland, culturele dingen ondernemen,
een nieuwe taal leren of een interessante opleiding volgen.
Minder uitdaging
Maandblad Zin peilde de mening van meer dan 1700 45-plussers, werkenden en gepensioneerden.
Centrale vraag was: wat betekent werk voor je als je ouder bent dan 45 jaar? Ruim 60% zegt
dat werken voor een groot deel hun geluksgevoel heeft bepaald. Aan het begin van de carrière
spelen Uitdaging, Voldoening en Waardering een belangrijke rol, in die volgorde. Voor 45-plussers
is de volgorde anders: Voldoening, Waardering en Uitdaging. Veel minder uitdaging dus.
Leven wordt leuker
Van de ondervraagden die al gepensioneerd zijn is ook de overgrote meerderheid (88%) al voor het
65ste jaar met werken gestopt. En hoe bevalt het bestaan, zo zonder baan? Heel goed. Het leven
wordt er alleen maar leuker op, zegt 65% van de gepensioneerden.
Het complete onderzoek 'Werken na je 45ste' is te lezen in het juninummer van Zin.
De enquête is uitgevoerd door TeraKnowledge.