Grote verschuivingen per regio en per land
Nederland vergrijst, Europa vergrijst, de hele mensheid vergrijst. Bijna alle landen vergrijzen, maar niet
allemaal in dezelfde mate en in hetzelfde tempo. Op dit moment is Japan het meest en Niger het minst vergrijsde
land. In Japan maken de autoriteiten zich zorgen over hoe ze nu en straks de ouderen moeten onderhouden, in
Niger over hoe ze het grote aantal kinderen een menswaardig bestaan kunnen bieden. Volgens een zojuist verschenen
VN-rapport is Macau tegen 2050 het meest vergrijsde land, Liberia en Niger het minst. Later deze eeuw wordt
Europa als eerste weer wat ‘groener’.
Onlangs publiceerde de Verenigde Naties een nieuw rapport over de vergrijzing. Tijdens de World Assembly on
Ageing (in april 2002 in Madrid) was een ‘plan of action’ aangenomen met de afspraak om iedere vijf jaar zo’n
rapport te maken. In 2007 was het dus weer zover. Het rapport behandelt de veranderende leeftijds-structuren
van de bevolking van alle landen en de consequenties daarvan. De VN omschrijft vergrijzing als ‘unprecedented’,
‘pervasive’, ‘pro- found’ en ‘enduring’. Bovendien wordt het woord ‘irreversible’ in de mond genomen, en wordt
gemeld dat in het midden van deze eeuw de ontwikkelingslanden het stadium van vergrijzing zullen bereiken dat
de ontwikkelde wereld nu kent. Dat betekent dus dat vergrijzing daar veel sneller zal verlopen dan wij hier
hebben meegemaakt of zullen meemaken, en dat de sociaal-economische ontwikkelingen in die landen zich in hoger
tempo zullen moeten aanpassen. Nu al woont 60 procent van alle 60-plussers in ontwikkelingslanden en dat gaat
naar circa 80 procent.
Dalende vruchtbaarheidscijfers, stijgende levensverwachting
Vergrijzing is vooral een gevolg van dalende vruchtbaarheidscijfers en tegenwoordig dalen die ook in Afrika.
Een bijkomende oorzaak is dat de levensverwachting vrijwel overal stijgt zodat het aantal ouderen groeit.
Migratie heeft slechts bij uitzondering enig effect op de vergrijzing en dan vooral in heel kleine landen
met relatief veel migratieverkeer (bijvoorbeeld Luxemburg). Economisch gezien betekent een veranderende
leeftijdsopbouw dat onderwijs, arbeidsmarkten, productie en consumptie, economische groei, investerings- en
spaargedrag, pensioenen, belastingen, en sociale zekerheid de nodige veranderingen zullen ondergaan. In de
sociale sfeer kan men denken aan de samenstelling van gezinnen en huishoudens, de woningmarkt, verhuis- en
migratiegedrag, sociale netwerken en gezondheidszorg. Verder worden aanzienlijke veranderingen verwacht in
solidariteit tussen en binnen generaties.
Vergrijzingsindex
Om het vergrijzingsproces in beeld te brengen wordt vaak vooral gekeken naar het percentage 65-plussers in
een bevolking. Wereldwijd ligt dat nu op 8 procent (14 procent in Nederland), tegen 2050 is dat verdubbeld
naar 16 procent (25 procent in Nederland). Percentages ouderen stijgen of dalen al naar gelang de aantallen
0-19-jarigen, 20-64-jarigen en 65-plussers veranderen. Vergrijzing is dus niet zonder meer synoniem met
ontgroening en kan tijdelijk zelfs samengaan met vergroening. Naast percentages ouderen berekent de VN
tegenwoordig ook de zogenoemde ‘ageing index’, een vergrijzingsindex die het aantal ouderen uitdrukt per
100 jongeren. Anders dan met de demografische druk (afhankelijkheidsgraad), waarbij de (afhankelijke)
ouderen en de jongeren worden gerelateerd aan de middengroep die wordt geacht economisch actief te zijn,
brengt de VN-vergrijzingsindex dus de verhouding tussen de twee uitersten in beeld. Omdat vergrijzing in
de meeste landen nog gepaard gaat met ontgroening geeft de verhouding tussen die twee uitersten duidelijker
aan met welke snelheid de aantallen jongeren en ouderen veranderen. Beleidsmakers kunnen daar hun voordeel
mee doen. De VN-index wordt gedefinieerd als het aantal 60-plussers per 100 0-14-jarigen omdat sommige landen
nog niet eens zo heel veel 60-plussers kennen en jongeren vaak al vanaf 15 jaar tot de beroepsbevolking worden
gerekend. In de ontwikkelde wereld had een afbakening 0-19 en 65-plus meer voor de hand gelegen.
De VN heeft
gedetailleerde gegevens van alle landen met meer dan 100.000 inwoners. Van deze 192 landen zijn er momenteel 37
‘grijs’, dat wil zeggen hun vergrijzingsindex is 100 of meer. Tegen 2025 zijn dat er volgens de VN 60, en in 2050
zelfs 118. Meer dan de helft van de landen is dan dus grijs (zie tabel 1).
Absoluut gezien neemt het aantal
60-plussers sterk toe. In 2050 zullen er bijna driemaal zoveel zijn als nu. Het aantal mannen van 60 jaar en
ouder stijgt iets sneller dan het aantal vrouwen. Het aantal 0-14-jarigen blijft nagenoeg gelijk, het aantal
15-59- jarigen stijgt ook, zij het met ‘slechts’ een factor 1,3 (tabel 2).
Europa blijkt het meest vergrijsde
continent met een vergrijzingsindex van 136,2. Zuid- en West- Europa zijn meer vergrijsd dan Noord- en Oost-
Europa (tabel 3).
Geen van de andere regio’s heeft momenteel een index boven de 100 maar het noorden van Amerika
komt met 86 in de buurt. Australië en Nieuw-Zeeland hebben samen 93 en ook het oosten van Azië komt met 65
relatief hoog uit. Tegen 2050 zullen de verhoudingen anders zijn. In geen enkele regio is de index dan gedaald.
Europa staat nog steeds nummer één, maar de andere regio’s komen snel dichterbij.
Afzonderlijke landen: stijgers en dalers
Op dit moment is Japan het meest vergrijsde land ter wereld (zie leeftijdspyramides pag. 5). De top-tien meest
vergrijsde landen bestaat verder uit Italië, Duitsland, Bulgarije, Griekenland, Letland, Oostenrijk, Slovenië,
Tsjechië en Kroatië (tabel 4, zie onderaan dit artikel) Van de 27 EU-landen hebben 24 een index van meer dan 100; alleen Luxemburg,
Cyprus en Ierland zijn nog ‘relatief groen’. De ‘groenste’ landen liggen in Afrika en op het Arabische schiereiland.
Niger is het minst vergrijsd. Tegen 2025 zal Italië Japan van de eerste plaats hebben verdrongen. Na Japan volgen dan
Slovenië als nummer drie, Hongkong, Macau, Duitsland, Oostenrijk, Singapore, Bulgarije en Griekenland. Slovenië zal
dus zijn opgeklommen, Duitsland zal iets zijn gezakt, Letland, Tsjechië en Kroatië zijn uit de top-tien verdwenen.
Nieuwkomers zijn Hongkong, Macau en Singapore. Tegen 2050 is de top-tien opnieuw anders samengesteld. Nummer één is
dan Macau, gevolgd door Zuid-Korea, Martinique, Slovenië, Italië, Hongkong, Japan, Slowakije, Singapore en Bulgarije.
Dat zijn tegelijkertijd ook de landen die dan driemaal zoveel ouderen als jongeren herbergen. Er zullen halverwege
deze eeuw nog 74 landen zijn met een index beneden de 100. Veel van die landen liggen in Afrika, enkele in
Midden/Zuid-Amerika en Azië. De meeste landen rond de Middellandse Zee hebben tegen die tijd ook een index
boven de 100 (bijvoorbeeld Marokko: 114; Turkije: 126). Een land als China zal dan bijna 200 ouderen per
100 jongeren tellen en India, tegen die tijd het land met de grootste bevolkingsomvang, 113 per 100.
Later deze eeuw zal de vergrijzing over zijn hoogtepunt heen zijn en gaan dalen. De VN-publicatie geeft
daarvoor nog geen concrete landspecifieke vooruitberekeningen, maar laat wel zien dat de vergrijzingsindex
in Duitsland en Zwitserland naar verwachting al tussen 2025 en 2050 gaat dalen. De EU-lidstaten België,
Denemarken, Finland, Italië, Luxemburg, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Zweden, alsmede Canada, Japan,
Noorwegen en de Verenigde Staten laten dan nog slechts een zeer geringe stijging zien. Het ziet er echter
niet naar uit dat de index in die landen weer snel onder de 100 zal uitkomen. De wereld van morgen zal
onherroepelijk grijzer zijn en blijven dan die van vandaag maar de vergrijzing zal een top kennen waarna
weer enige vergroening optreedt, en ook dat proces zal per land niveau- en tempoverschillen laten zien.
LITERATUUR: • Verenigde Naties (2007), World Population Ageing 2007. ST/ESA/SER.A/260. New York: VN, 517 pp.
(zie ook: http://www.un.org/esa/population/publications/WPA2007/wpp2007.htm) Drs. G.C.N.Beets, NIDI. E-mail: beets@nidi.nl