Geeft kleur aan grijs
 














Voor u gelezen in de media

Supermarkten nemen grijze doelgroep onvoldoende serieus
Nederlandse supermarkten spelen onvoldoende in op de vergrijzing van de bevolking. Dat vindt Henriëtte van Wijk, die bij IRI Nederland als Shopper Insights-consultant werkt. Dat supers zich vooral richten op grootgebruikende gezinnen vindt ze vanzelfsprekend, maar 55-plussers worden nog onvoldoende als interessante doelgroep gezien. Terwijl Nederland 4,5 miljoen mensen in deze leeftijdscategorie telt.

In het buitenland nemen supers de doelgroep veel meer serieus dan in Nederland. In Japan en Oostenrijk zijn zelfs aparte seniorenketens opgericht. Voor Nederland zijn innovaties binnen bestaande formules meer geschikt, denkt Van Wijk. Voorbeelden van innovaties zijn verbreding van de gangpaden of het vergroten van de prijskaartjes.

Onderzoek van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel onder 750 ondernemers laat zien dat het beeld dat Van Wijk schetst niet alleen voor supermarkten opgaat. Hoewel detailhandelaren uit allerlei branches ouderen erkennen als belangrijke klanten, houdt slechts een klein deel daadwerkelijk rekening met hun behoeftes en wensen. Volgens Jan de Jong, directeur van het bedrijfschap, komt dat doordat ze veelal niet weten hoe ze de senioren kunnen bedienen. Bovendien willen ouderen zelf liever niet als oudere benaderd worden. Ouderen zijn volgens De Jong ook met goede service te verleiden.

Gebaseerd op: Retailtrends (november 2008)


Senioren, de nieuwe doelgroep voor reclameboodschappen
Volgens demografen ben je op de leeftijd van 50 jaar reeds 'senior'. Dat is natuurlijk erg vroeg. In de praktijk voelen slechts weinig mensen zich senioren voor ze met pensioen gaan of tenminste voor ze grootouder worden. Wat er ook van zij, de senioren of m.a.w. de 50-plussers maken een derde van de Belgische bevolking uit en staan in voor de helft van de koopkracht. Ze vormen daarom de belangrijkste groep verbruikers op de markt.

Zo staan de senioren alleen in voor meer dan de helft van de verkoop van nieuwe auto’s, mineraalwater, confituur,... Wist u bijvoorbeeld dat de gelukkige bezitter van een Harley Davidson, Porsche of stereoapparatuur van Bang & Olufsen gemiddeld bijna 60 jaar oud is?

Nochtans richten tot nu toe slechts weinig firma's zich op deze leeftijdsgroep. Behoudens enkele in de 4de leeftijd gespecialiseerde firma's, die producten commercialiseren die enkel voor een bepaald publiek dienen en eigenlijk weinig opwindend zijn, zoals hoorapparaten, leesbrillen, begrafenisregelingen of luiers voor mensen met incontinentieproblemen, hebben bedrijven steeds geprefereerd om de jeugd aan te spreken met hun reclameboodschappen. Of jongeren wel de middelen (om het product te kopen) bezaten deed er weinig toe. Je moet altijd hip zijn en het is dan evident - ten minste zo denken de meeste marketing managers erover - dat de senioren aanspreken hun merken het predikaat 'oud' zal meegeven.

Realisme
Dit is onmiskenbaar een zware misrekening. Alle enquêtes tonen aan dat de 50-plussers, de meerderheid van de gepensioneerden dus, niet uitblinken in het oppotten van geld. Natuurlijk hebben ze de tijd gehad om bezittingen te verzamelen, ervaringen op te doen, slechte en goede, en vooral om zich gewoonten eigen te maken en voorkeuren te ontwikkelen. Het spreekt voor zich dat een man van 65 jaar die heel zijn leven bier heeft geprefereerd nog moeilijk zal overstappen op wijn, zelfs al houdt men hem de beste reclameboodschap ter wereld voor. Maar in realiteit heeft het niet zozeer te maken met een enorm gebrek aan interesse bij de senioren. Deze houding spruit vooral voort uit een totaal gebrek aan wil bij de bedrijven om zich tot de senioren te richten. Als je dorst hebt en niemand stelt je een drankje voor dat je zou bevallen, dan ga je waarschijnlijk het drankje kopen dat je reeds kende. Je wil immers niet bedrogen worden. Zo willen de meeste mensen niet van bank veranderen, niet zozeer omdat hun bank superieur zou zijn aan de andere, maar eerder omdat ze ongeveer evenwaardig zijn. Hier is dus geen sprake van een blind vertrouwen. Het gaat gewoonweg om een vorm van realisme.

Volvo break of Audi TT?
Is deze desinteresse voor een derde van de bevolking een goede zaak? Sommigen, vooral 60-plussers, menen van wel. Ze houden zich voor dat om gelukkig te leven je beter verborgen voor de reclame kan leven. Zolang de reclamewereld zich niet voor hen interesseert, ben je er tenminste zeker van dat ze je niet van alles en nog wat proberen te verlappen. Maar tegelijkertijd stelt de afwezigheid van dergelijke communicatie minstens twee problemen voor oudere verbruikers. Langs de ene kant krijgen ze af te rekenen met een gebrek aan informatie, vooral i.v.m. aangepaste oplossingen. Vaak zie je gepensioneerde mensen bijvoorbeeld worstelen met de aankoop van een computer of GSM en vinden ze hun gading niet tussen de honderden hen onbekende aanbiedingen. Langs de andere kant krijgen ze af te rekenen met de a priori voor hen genomen beslissingen door mensen die ze niet eens kennen. Andere mensen beslissen wat zij leuk vinden. Zo ontstaan er een soort van getto's. Even uitleggen met twee voorbeelden: onderzoek toonde aan dat de lievelingsauto van de Europese senioren de Audi TT is. Nochtans menen de marketingspecialisten dat wel degelijk de Volvo break de lievelingsauto van de senioren moet zijn. In tegenstelling tot wat men denkt vormen de senioren ook de belangrijkste consumenten van Bio-producten en nieuwe voedingsmiddelen, zoals margarine en olijfolie.

Stop met het dwepen met de jeugd
In plaats van hun ogen te openen, blijven de bedrijven dus een deel van hun cliënteel negeren. Als ze dan soms toch vaag iets willen doen, zijn ze van mening dat een groter lettertype en het beeld van een gelukkig ouder koppel op het strand wel volstaan om de mensen te overtuigen. Soms brengen ze het er nog slechter vanaf, zoals bijvoorbeeld een bank die reclame maakte voor een rekening voor adolescenten met een reclameboodschap die hun grootouders belachelijk maakte, zonder er rekening mee te houden dat deze wel eens een invloed zouden kunnen uitoefenen bij de keuze voor een bepaalde bankinstelling (veel adolescenten worden opgevangen door grootouders, voltijds of naschools). Wie legt wie de regels op? Natuurlijk kennen adolescenten in het algemeen beter de laatste nieuwe technologische innovaties en zal hun stem bij een dergelijke aankoop vaak zwaar wegen. Maar wie beslist bij de aankoop van een onroerend goed, de supermarktaankopen, keukeningrediënten, een magnetron, een auto? Met een beetje gezond verstand besef je al snel dat de senioren instaan voor of beslissen over een belangrijk deel van de aankopen, grote en kleine. Dit feit niet onder ogen zien brengt iedereen schade toe. Het is nefast voor de consumenten omdat ze niet de nodige informatie krijgen noch producten die aangepast zijn aan hun noden en wensen. Het is misschien nog schadelijker voor de bedrijven die hun belangrijkste klanten tot onverschilligheid en soms vijandigheid (bovengenoemd voorbeeld van de bank) tegenover hun producten bewegen.

Zal dit in de toekomst veranderen? Laten we hopen van wel, maar momenteel ziet het er nog niet naar uit. De dweperij met de jeugd leidt een hardnekkig bestaan. Maar de eerste naoorlogse kinderen, de zogenaamde 'babyboomers', beginnen hun pensioen op te nemen. Zij zijn talrijker dan alle gepensioneerden die hen zijn voorgegaan, verkeren in goede gezondheid en beschikken meestal over meer middelen dan hun voorgangers. Binnen 20 jaar, wanneer heel deze enorm talrijke generatie de leeftijd van 50 jaar voorbij zal zijn, zal de helft van de bevolking in de geïndustrialiseerde landen uit senioren bestaan. Alleen al in België schat men dat er tegen die tijd ongeveer 1 miljoen 80-plussers zullen zijn. Firma's die dan nog hun beste klanten zullen blijven negeren, krijgen wel de rekening gepresenteerd. Pech voor hen en des te beter voor de firma's die sneller de boodschap begrepen zullen hebben.

Bron: Vivat.be
Frédéric Bay


"Oudere consument is niet zo trouw als men denkt"
Hij is lang niet de trouwe klant waarvoor hij wel eens wordt gehouden. Dat zegt Neos, het Netwerk van Ondernemende Senioren, op basis van een enquête en een congres daarover. "Onze enquête doorprikt het idee van de klantentrouw van oudere consumenten. Senioren hebben de tijd om alles naast elkaar te leggen en te vergelijken", verklaart Neos.

Internet
"Oudere consumenten hebben tijd en ze hebben hun weg gevonden naar het internet, waar je makkelijk informatie opzoekt of prijzen vergelijkt", zegt nationaal secretaris Eric Bradt van Neos. Vooral voor nutsvoorzieningen en banken of verzekeringen zeggen consumenten dat ze van leverancier zouden willen veranderen. "Onze enquête doorprikt het idee van de klantentrouw van oudere consumenten", zegt Bradt. "Het stuit senioren trouwens tegen de borst dat de geschenken of extra voordelen vaak gericht zijn op nieuwe klanten, terwijl trouwe klanten niet worden beloond."

Prijs is doorslaggevend
Daarnaast blijkt uit de bevraging dat de prijs ook voor oudere consumenten een doorslaggevende rol speelt, al wil het cliché nogal eens dat zij vooral kwaliteit en service zoeken. Ook het cliché dat ouderen altijd klagen, wil Neos weerlegd zien: "Wel integendeel: senioren klagen meestal niet eens, ze gaan heel vaak gewoon elders wanneer ze zich onheus behandeld voelen."

Weinig verschillen
"Volgens deskundigen blijkt uit onze enquête dat er niet zoveel verschil is tussen oudere en andere consumenten", zegt Bradt nog. Met de enquête wilde Neos in de eerste plaats het debat stofferen en een aantal clichés uit de wereld helpen. Zo blijkt dat internet en computer heus wel hun weg vinden naar oudere consumenten: onder meer het internetbankieren wint het van de papieren overschrijving. "Men zegt vaak dat de internetgeneratie er aankomt, maar daarin vergist men zich: ze is er al."

Aanbevelingen
Neos vraagt trouwens duidelijkheid over het begrip 'senioren', en stelt voor dat iedereen vanaf 60 jaar senior is. Verder pleit de organisatie voor een portaalsite voor consumentenzaken en het opheffen van de discriminatie op basis van leeftijd voor verzekeringen.

Organisatie
Neos is een seniorenorganisatie met 26.300 leden en 180 plaatselijke clubs in Vlaanderen. Zowat de helft van de leden zijn gewezen zelfstandigen. Neos organiseerde eind oktober in Schelle een vierjaarlijks congres over de oudere consument. Aan het congres namen 350 mensen deel. De enquête werd door 1.500 leden en niet-leden van 50 tot 91 jaar ingevuld. Meer informatie op www.deoudereconsument.be.
(belga/sam)

Bron: HLN.be


Onderscheid tussen wensverhuizers en noodverhuizers
Denkt u dat in Nederland naar analogie van de VS de vraag naar verzorgd en veilig wonen zal toenemen? Hoe moeten volgens u zorgcentra en zorgwoningen worden geïntegreerd in de wijken van de grote steden?

Linda Sanders, programmacoördinator SEV (Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting, www.sev.nl):
"De Nederlandse samenleving zal veranderen door de vergrijzing. Meer vrijetijdsbesteding, meer aandacht voor gezondheid en veiligheid. Maar hoewel er veel meer ouderen zullen komen, willen ouderen niet worden aangesproken op hun leeftijd, wel op comfort. Overigens is het een misvatting dat alle ouderen over een kam kunnen worden geschoren; er zullen straks veel gezonde ouderen zijn, maar ook nog veel ouderen met beperkingen; ouderen met veel vermogen en/of een goed pensioen, maar ook nog velen met een beperkt inkomen en vermogen.

Ten aanzien van woonwensen is het handig om een onderscheid te maken tussen wensverhuizers en noodverhuizers. Veel ouderen houden zich wel bezig met de vraag hoe ze willen wonen als hun gezondheid minder wordt. Het omzetten daarvan in concrete verhuisplannen gebeurt alleen als het aanbod in alle opzichten past bij hun wensen. Daarin zijn ze niet of nauwelijks anders dan andere wensverhuizers; de lokatie is uitermate belangrijk, naast aspecten van comfort en veiligheid. Dat zal niet grootschalig uitmonden in de gated communities zoals Amerika die kent, hooguit in complexen, speciaal voor ouderen met een conciërge of huismeester.

De noodverhuizers zijn mensen (veel oudere eigenaar-bewoners!) die zijn blijven wonen in hun bestaande woning, maar door gezondheidsgebreken met spoed op zoek zijn naar een geschikte woning met zorgarrangementen. De lokatie speelt voor deze groep aanmerkelijk minder; de gelijkvloersheid en de leverantie van zorg des te meer.

De SEV is bezig, onder andere in haar samenwerkingsverband met het nizw, het innovatieprogramma Wonen en zorg (IWZ) om woonzorgzones te bevorderen. Een woonzorgzone is een onderdeel van een wijk waarin wonen, zorg en welzijnsfuncties zodanig gecombineerd worden dat de wijk geschikt is voor allerlei mensen, inclusief ouderen en gehandicapten met een forse zorgvraag. Met name de afstemming van de verschillende onderdelen, alsmede ook het vervoer en de looppaden en afstanden naar voorzieningen zijn daarbij belangrijke aspecten.

De woonzorgzone zal gezien de beperkingen van de bestaande woningvoorraad nog niet het panacee voor alle kwalen zijn maar het is wel een belangrijke stap voorwaarts om ouderen in hun bestaande wijk passend te laten wonen, zelfs al worden ze zorgbehoevend."

Bron: Buildingbusiness.com


Ouderen met hoog inkomen zijn gezonder
Ouderen met een hoger inkomen hebben een betere fysieke en psychische gezondheid dan hun leeftijdsgenoten met een lager inkomen. Dat blijkt uit cijfers van het CBS.

In de periode 2004–2006 hadden rijke ouderen (van 50 tot 80 jaar) in 4 procent van de gevallen last van een slechte fysieke gezondheid. Zeven procent had last van een slechte psychische gezondheid. Voor arme ouderen lagen deze percentages met respectievelijk 18 en 16 procent veel hoger.

Naast het verband tussen inkomen en fysieke en psychische gezondheid, is er een verband tussen opleiding en fysieke gezondheid.
Ouderen met een zeer laag inkomen vallen vaak in de laagste fysieke en psychische gezondheidsscores; veel vaker dan ouderen met een inkomen boven deze grens.

Vrouwen
Oudere vrouwen hebben een minder goede fysieke en psychische gezondheid dan oudere mannen. Desondanks scoren zowel mannen als vrouwen met een hoog inkomen beter op deze gezondheidsaspecten dan mannen en vrouwen met een laag inkomen.

Bron: Personeelsnet


Toekomstige ouderen reizen vaker
De ouderen van de toekomst zullen meer op pad zijn dan de ouderen nu. Bovendien reizen de ouderen van de toekomst het liefst in de eigen auto, ondanks de beschikbaarheid van gratis openbaar vervoer.
De ouderen van 2020 maken een vijfde deel uit van de Nederlandse bevolking. Het Kennisinstituut voor Mobilieteit (KiM), een onderdeel van het ministerie van Verkeer en Waterstaat deed onderzoek naar het reisgedrag van de 65-plussers van de toekomst. De conclusies staan in het rapport Grijs op reis.

Enkele bevindingen: het merendeel van de extra reiskilometers wordt door de extra ouderen gemaakt, ze reizen met de eigen auto buiten de spits en wonen vaker buiten de stad. Het openbaar vervoer blijft een kleine rol spelen. De hogere inkomens, het hogere opleidingsniveau, en het vaker hebben van een auto speelt een rol bij de toegenomen mobiliteit.
De onderzoekers stelden ook vast dat het gratis openbaar vervoer voor ouderen geen zoden aan de dijk zet: “De subsidie komt terecht bij ouderen die het gebruik van openbaar vervoer zelf goed kunnen betalen”. De mobiliteit van de ouderen die de doelgroep van het gratis openbaar vervoer zijn kan beter bereikt worden door de diverse voorzieningen zoals de regiotaxi aan te blijven bieden samen met een gevarieerd tariefbeleid.
Tenslotte constateren de onderzoekers dat het reizen ook zijn tol eist. Was in 2000 nog 20 procent van het aantal verkeersdoden 65 jaar of ouder, naar verwachting zal dit in 2020 26 procent zijn.

PlusOnline 20-11-08