trendy wonen

Senioren zijn lastige klanten

Ze hebben veel geld en zijn veeleisend.
Senioren zullen nog regelmatig van woning en interieur veranderen. Ze zijn trendgevoelig. Vijftigers en de jonge zestigers zijn de architecten van de massaproductie en dus van de consumptiemaatschappij. Dat blijft volgens trendwatcher Herman Konings niet zonder gevolgen voor de woningmarkt.

Ze zijn met een kleine twee miljoen en ze beschikken over 40 procent van het besteedbare vermogen in België. Een groep om serieus rekening mee te houden, zoveel is zeker. Tegen 2020, het jaar waarin tegenover elke gepensioneerde in dat land voor het eerst minder dan twee werkenden zullen staan, zijn ze allemaal toegetreden tot het gilde van de levensgenieters. Uiteraard geldt dit eveneens voor de Nederlandse 50-plussers.

Want denk niet, zegt trendwatcher Herman Konings, dat die jonge senioren hun oude dag zullen slijten aan de haard. Het contrast met de spaarzame generatie van hun ouders - vooral de huidige tachtigers - kan moeilijk groter zijn. 'Neen, ze zullen blijven doorgaan met consumeren.' Ze voelen zich ook hoegenaamd niet bejaard. Voor nauwelijks één Belg op de zeven van die generatie is met pensioen gaan synoniem voor oud worden, ziekte of aftakeling. 'Ze willen allemaal jong sterven, maar wel zo laat mogelijk.'

'Dit zijn de architecten van de massaproductie en dus van de consumptiemaatschappij. Vóór hen bestond er geen consumententechnologie.' Deze generatie werd op het einde van de Tweede Wereldoorlog niet enkel letterlijk, maar volgens Konings ook figuurlijk bevrijd. 'Ze zijn daardoor meer kinderen van hun generatie dan van hun ouders, die zijn opgegroeid tijdens de crisis van de jaren dertig en gedurende de oorlogsjaren hebben ondervonden hoe relatief welvaart wordt als zelfs verwarming, eten en kleding niet meer vanzelfsprekend zijn.' Die noodzakelijke soberheid is bij velen onder hen een levenshouding geworden.

De babyboomers zijn een verwende generatie. Terwijl hun ouders nog meestal op de leeftijd van 16 jaar uit werken gingen, kregen zij de kans om te studeren. 'Dat schept andere verwachtingen ten aanzien van het leven dat je wil leiden.' Hun welvaart is er met sprongen op vooruitgegaan, net als hun levensverwachting.

Dat we nu de ergste economische problemen incasseren sinds de Tweede Wereldoorlog, zegt volgens Konings dan ook meer over die periode dan over de huidige crisis. 'En ondanks de beurscrisis zijn ze nu nog steeds tweeënhalve keer rijker dan op het einde van de jaren tachtig.'

En besteden zullen de babyboomers blijven doen. Bij hun pensionering krijgen ze er ineens 45 uren maal 45 weken tijd bij. En die gaan ze voor zichzelf opeisen, want de jongste twintig jaar leverden zij gemiddeld 7 uur vrije tijd per week in door harder werken en langere files van en naar het werk. Ze willen reizen, genieten, uit eten gaan, aan sport doen...

'Zij breken resoluut met de stereotypen van de vorige generatie, die het huis waar de kinderen opgegroeid zijn, pas verlaat als het tijd is voor een verzorgingsinstelling. Babyboomers zullen zelfs op hun zeventigste nog niet aarzelen om te verhuizen als hun behoeften evolueren of als ze gewoon willen veranderen om te veranderen. En als het nodig is, sluiten ze dan gewoon opnieuw een hypothecaire lening af.'

Zij keren de komende jaren in groten getale terug naar de stad, op zoek naar goed gelegen en ruime appartementen. Lofts zijn 'out' voor deze generatie. Ook aan de inrichting van hun woning zullen ze veel aandacht en geld besteden. 'Babyboomers volgen de trends, doen ideeën voor hun woonomgeving op in de hotels en de betere restaurants waar ze regelmatig over de vloer komen.'

'Maar babyboomers', waarschuwt Konings, 'zijn geen gemakkelijke klanten. Ze zijn kritisch en goed geïnformeerd. Zij kunnen behoorlijk irritant zijn, vooral voor de aanbieders van diensten en producten die zich niet zullen kunnen beperken tot het zoveelste marketingpraatje. Maar ze zijn dé groep waar je de komende twee tot drie decennia rekening mee zal moeten houden'.

naar LUC COPPENS / STANDAARD.BE

Ga terug »